Is het zinvol om elektrische auto's korting te geven op parkeertarieven?

Elektrische auto's kunnen vanaf 2021 goedkoper parkeren dan benzine- of dieselauto’s. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe groot de korting op het parkeertarief wordt. Is dit een goede zaak of niet? We leggen de vraag voor aan het parkeerpanel.


Paul van Loon, partner van Empaction beantwoordt de vraag met een wedervraag. “Is het een goede ontwikkeling dat overheden aansturen op meer duurzame mobiliteit? Veel mensen zullen hierop ja zeggen. De vraag die daar direct op volgt is: En wat mag dat dan kosten? Hierop is het antwoord waarschijnlijk minder eenduidig.”


Paul van Loon, partner van Empaction

‘De maatregel is waarschijnlijk goedkoper dan een landelijke Postbus-51-campagne voor duurzame mobiliteit’

Volgens Marc Moonen van Moonen Parkeeradvies wordt parkeerdifferentiatie voor elektrische auto’s vooral ingevoerd als onderdeel van het klimaatakkoord. “Deze maatregel is een goed voorbeeld van monodisciplinair beleid. Ze wordt ingevoerd met maar één doel voor ogen: zoveel mogelijk maatregelen die eventueel kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen van het klimaatakkoord. Zonder rekening te houden met eventuele negatieve neveneffecten op andere beleidsfronten. Het CPB heeft de effecten van deze maatregel niet eens kunnen doorrekenen, omdat de regel nog te vaag is en er te veel variabelen zijn waar geen duidelijkheid over is.”


Marc Moonen, Moonen Parkeeradvies

‘Het Rijk heeft maar één doel voor ogen: het Klimaatakkoord. De kosten zijn voor de lokale overheid’

Giuliano Mingardo van de Erasmus Universiteit ziet de maatregel liever wat uitgebreider. “Het moet voor gemeenten mogelijk zijn om tarieven te differentiëren op basis van emissies van de auto’s. Elektrische auto’s hoeven niet per se korting krijgen. Parkeren voor bijvoorbeeld diesel- of benzineauto’s kan ook duurder worden gemaakt.” Tariefdifferentiatie heeft volgens Mingardo twee voordelen. “Het kan gemeenten helpen om meer differentiatie aan te brengen in hun parkeerbeleid en het kan een beetje helpen het marktaandeel van elektrische auto’s te vergroten.”


Giuliano Mingardo, Erasmus Universiteit

‘Waarom zou een Tesla-rijder minder hoeven te betalen dan iemand met een laag loon in een brandstofauto?’

Erwin van Hout van Spark Parkeren twijfelt of de maatregel meer elektrische voertuigen gaat opleveren. “In een onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, voorspellen CE Delft en Revnext dat de toename van het aantal emissieloze voertuigen in de gehanteerde ‘modelstad’ 4 procent kan zijn, bij een korting van 100 procent. Bij een korting van 25 procent loopt dit terug naar 1 procent. Het effect zal groter zijn in gemeenten met een hoger parkeer- of vergunningstarief, al dan niet opgehoogd voor ‘fossiele’ auto’s. De korting op het parkeertarief is echter een te klein deel van de totale kosten om mensen te laten kiezen voor een elektrische auto. Kortom: verwacht geen grote effecten.”


Erwin van Hout, Spark Parkeren

‘Gedifferentieerde parkeertarieven veroorzaken meer verwarring dan ze bijdragen aan verduurzaming’

Ook Van Loon vraagt zich hardop af of er meer elektrische auto’s verkocht gaan worden. “Ik kan me haast niet voorstellen dat een korting op het parkeertarief hét doorslaggevende argument is voor de aanschaf van een elektrische auto. Deze maatregel gaat zeker geen schokeffect teweegbrengen. En hoe zit het dan met deelauto’s? Kan het een reden zijn voor een gebruiker van deelauto’s om vaker te kiezen voor een elektrische deelauto? Zou zomaar kunnen. Maar de groep van mensen die deze keuze hebben, is helaas nog erg klein.”


Onderzoeker en parkeerexpert Mingardo hoopt dat gemeenten niet gaan strooien met forse kortingen voor elektrische auto’s. “Ik zou gemeenten sterk aanraden om parkeerdifferentiatie niet te gebruiken om hoge kortingen te geven aan elektrische auto’s of, erger nog, gratis parkeren voor e-auto’s in te voeren. Behalve het feit dat goedkoper of gratis parkeren nooit een goed idee is, zijn er ook andere aspecten die een rol spelen, zoals de sociale component van dit beleid. Waarom zou de, zeer waarschijnlijk, rijke bestuurder van een Tesla minder moeten betalen dan iemand met een laag loon die in een brandstofauto rijdt?”


Moonen komt ook met een aantal neveneffecten van de maatregel. “Gemeenten komen voor onvoorziene financiële tekorten te staan.

Als je als gemeente besluit om elektrisch rijden te promoten, zul je ook moeten investeren in veel meer oplaadpunten op openbare parkeerplaatsen. Deze extra kosten zijn ook voor de gemeente. Daarnaast zal er meer onvrede komen onder de berijders van ‘vervuilende’ auto’s, waar straks alle niet-volledig elektrische auto’s onder vallen. Dus ook hybride voertuigen. Die zullen de kosten moeten betalen voor de korting die elektrische auto’s krijgen.”


Ook Van Hout ziet beren op de weg. “Op straat wordt het er niet duidelijker op. Het is voor gemeenten al moeilijk genoeg om een voor iedereen eenduidig en handhaafbaar parkeerbeleid te voeren. Onderscheid maken in welke auto wordt geparkeerd, maakt deze opgave niet makkelijker. Met de opkomst van elektrische auto’s komt er juist een extra parkeeropgave op de gemeente af, in de vorm van het oplaadprobleem. Met name in de overgangsfase naar overwegend elektrisch, zullen gemeenten de regie moeten nemen. Ze moeten voorzien in voldoende en evenwichtig verdeelde laadmogelijkheden, maatregelen die openbare beschikbaarheid vergroten en bijvoorbeeld laadpaalklevers ontmoedigen. En tegelijkertijd voorkomen dat een tekort aan ‘fossiele’ plaatsen ontstaat. Een uitdaging van formaat.”

Concluderend zegt Moonen de maatregel geen goed idee te vinden. “De Rijksoverheid roert in de mogelijkheden voor de lokale overheid met zelf maar één doel voor ogen: het Klimaatakkoord. De kosten zijn voor de lokale overheid. Bij de elektrische rijders ontstaat onduidelijkheid en irritatie bij alle andere parkeerders. Al met al geen positieve maatregel voor ‘de emotie die parkeren’ heet.”

Van Hout voegt daaraan toe: “De kans bestaat dat gedifferentieerde parkeertarieven meer verwarring veroorzaken dan dat ze bijdragen aan verduurzaming. Als we serieus zijn met invoering van emissieloze voertuigen, tref dan ook serieuze maatregelen.

Dan weet ik zeker dat mijn volgende auto ook elektrisch is.”


Van Loon wil graag eindigen met een positieve noot. “De maatregel is waarschijnlijk goedkoper dan een landelijke Postbus-51-campagne om iedereen bewuster te maken van de noodzaak van duurzame mobiliteit en een deel zodanig enthousiast te krijgen dat ze qua mobiliteit andere keuzes gaan maken. En ook een gemeente kan zo laten zien duurzamer te willen zijn. Dus doen, zou ik zeggen, maar wel tijdelijk en zonder de indruk te wekken dat deze maatregel het verschil gaat maken. Daar is veel meer voor nodig.”