Parkeerparagraaf ontbreekt in MaaS-pilots

Het belang van parkeerdata in de verschillende MaaS-pilots is ondergeschikt. Dat stelt Wilco van de Vosse, projectleider bij het Servicehuis voor Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). “Voor parkeren is alle data te vinden via open parkeerdata, maar in de MaaS-pilots ontbreekt de parkeerparagraaf.”


Door Jan Willem Kerssies


Het publiceren van openbare parkeerinformatie vormt een van de fundamenten voor landelijke reisadviesdiensten, zegt Van de Vosse. Via de Open Parkeerdata van het RDW is veel van deze parkeerinformatie al te vinden. “Openbare parkeerinformatie bestaat uit statische en dynamische parkeergegevens. Statische gegevens hebben vooral betrekking op straatparkeren. Deze gegevens verzamelen is meestal niet zo’n probleem. Gemeenten vullen parkeerregelingen in via het Nationaal Parkeer Register. Bij dynamische gegevens, vooral bij garageparkeren, ligt dat anders. Een deel van de data wordt handmatig ingevoerd en een ander deel wordt ontsloten via een PRIS-systeem. Hoe krijgen we beide gegevens kloppend”, vraagt Van de Vosse zich af.

Hard werken
Bij garageparkeren is het vaak zo dat als de data een week oud zijn, het garagesysteem wel gewoon blijft draaien. “Pas later wordt dan in het parkeermanagementsysteem ontdekt dat bijvoorbeeld de tarieven niet kloppen”, zegt Van de Vosse. Hij zegt af te willen van het handmatig invoeren van gegevens om fouten in de data zoveel mogelijk uit te sluiten. “Daarom starten we vanaf 2020 met geautomatiseerde invoer van gegevens.”

Het is hard werken om alle data in orde te brengen, zegt Van de Vosse. “Tot nu toe is er betrekkelijk weinig vraag naar parkeerdata. Door verschillende MaaS-concepten is er nu wel een kleine verandering gaande. Maar vooral voor kleine gemeenten is het, mede door de bemanning, lastig te organiseren. Zij hebben hulp nodig om de data te ontsluiten.”

Belang van data

Het is belangrijk dat gemeenten gaan inzien dat parkeerdata in orde moeten zijn. “Als je weet wat je moet doen en het belang en de urgentie ervan inziet, ben je er als gemeente maar een paar uur per jaar aan kwijt. Daarnaast hoor ik bijvoorbeeld van de gemeente Alkmaar dat ze hun PRIS-systeem noodgedwongen nog een aantal jaren in de lucht gaan houden maar het systeem wel gaan beperken in het aantal borden en meer inzet gaan plegen op het beschikbaar maken van de (dynamische) open data. Ze willen dat deze parkeerdata op een digitale manier worden gebruikt via bijvoorbeeld een app of een navigatiesysteem. Deze ontwikkeling kan een trigger zijn dat gemeenten het belang van data gaan inzien.”

Grotestedenproject

Mobility as a service is nu nog te veel een grotestedenproject, zegt Van de Vosse. “Het is vooral gericht op mensen in de stad met een eigen auto. Maar als je op het platteland woont, heb je voor het eerste deel van de reis soms een auto nodig om op een station te komen. Daarbij is het van belang dat mensen de zekerheid van een parkeerplaats hebben op bijvoorbeeld een P+R. Parkeerdata zijn voor MaaS daarom net zo belangrijk als OV-data.” Voor deelauto’s geldt eigenlijk hetzelfde principe, zegt Van de Vosse. Ook voor iemand met een deelauto in de stad is het van belang om te weten waar er ruimte is om de auto te parkeren.

Fietsparkeren

En dat geldt ook voor het stallen van een fiets. Al is het lastig om de juiste data voor fietsparkeren te ontsluiten, zegt Van de Vosse. “Het is wel belangrijk dat je via bijvoorbeeld een MaaS-app weet waar je een fiets kunt parkeren. Het nadeel is dat er weinig geld in het fietsparkeren omgaat, het belang van dataverzameling ontbreekt dan nog wel eens. Daarnaast is het lastig om data vast te leggen omdat een fiets geen unieke code heeft en je te maken hebt met veel ‘barrels’ die overal en nergens geparkeerd staan. We zijn als SHPV met partijen in gesprek om fietsparkeerdata openbaar te maken. Maar of wij uiteindelijk de verantwoordelijkheid gaan dragen voor de dataverzameling is nog niet duidelijk.”

Verblijfrechten

Een verandering die Van de Vosse ziet is de overgang van parkeerrechten naar verblijfrechten. “Neem bijvoorbeeld Greenwheels. Het bedrijf had in een straat in Utrecht speciale paaltjes bij parkeerplaatsen waar de Greenwheelsauto mocht staan. Maar omdat er nu zoveel deelauto-aanbieders bijkomen zou het in de straat een wirwar van paaltjes worden. De oplossing is om een gebied aan te wijzen waarin deelauto’s mogen parkeren. Je kunt het vergelijken met milieuzones waar ook wordt vermeld welke voertuigen in een bepaald gebied welkom zijn.”